
Whenever he holds the upper hand, he goes about the earth corrupting it, destroying (peoples') crops and animals. God does not love corruption. (Qur'an, 2:205)
Het enige dat nog overgebleven was op de gezichtshuid van een biddende Moslimman was een ruwe stoppelbaard. Hij zei dat de staat de jonge mannen in Oost-Turkestan (Xinjiang) aan het begin van Ramadan gedwongen had hun baarden af te scheren: “Als ik me niet zou scheren dan zouden ze dit met me doen,” zei de man die met uitpuilende ogen van woede, zijn polsen tegen elkaar hield alsof ze geboeid waren. Hij gaf slechts een deel van zijn naam voordat hij weg stampte. Ramadan is voor Moslims een tijd van vasten en gebed. Maar voor China’s etnische Moslims, de Oeigoeren is de heilige maand een tijd van angst en zinderende weerzin tegen de opgevoerde restricties betreffende de manier waarop zij hun gematigde vorm van Islam mogen beoefenen. Het omgaan met deze koppige Turkse mensen ontwikkeld zich als een van grootste uitdagingen waar China voor staat. Net zoals de Tibetanen zijn de Oeigoeren absoluut niet begaan met de regeringsplannen voor grotere economische voorspoed in plaats van grotere religieuze vrijheid.
Dit jaar staat bovenal in het teken van nervositeit in Oost Turkestan, een uitgestrekt gebied drie keer zo groot als Frankrijk waar tussen de 9 tot 11 miljoen Oeigoeren wonen. (uitgesproken als Wie-goeren) Ondanks de opgevoerde veiligheidsmaatregelen in de regio in de aanloop naar de Pekingspelen, heeft een serie bomaanslagen, het hevigste geweld in de afgelopen tien jaar, Peking onder de mondiale schijnwerper diep voor schut gezet. China gaf terroristen de schuld maar is tot op de dag van vandaag niet met bewijzen gekomen die terreurgroepen aan de aanvallen, waardoor 33 mensen in Kuqa en Kashgar de dood vonden, linkt. Nu de Spelen voorbij zijn en de wereldaandacht elders is komen te liggen, lijkt het erop dat er met Oost Turkestan wordt afgerekend. Buitenlandse Oeigoerse organisaties hebben de regering beschuldigd van massa-arrestaties hetgeen de politie ontkent. Oeigoeren die door de ‘The Associated Press’ in Kuqa en Kashgar geïnterviewd werden beklaagden zich over grootschalige opsluiting maar durfden niet in detail te treden. De AP journalist werd namelijk voor het grootste deel van zijn bezoek door de veiligheidsdienst gevolgd.
De meest evidente tekenen van spanning zijn de strakke beperkingen tijdens de Ramadan. Een aantal lokale regeringen hebben lijsten met waarschuwingen op hun websites gezet, met inbegrip van een gedetailleerde lijst van de stad Yingmaili nabij Kuqa. Regeringsambtenaren, leraren en studenten mochten niet vasten tijdens de Ramadan. Moskeeën mochten geen onderdak bieden aan bezoekers van buiten de stad en het werd verboden om video’s en geluidsopnames te spelen. Publiekelijk bekeren werd verboden en de bewaking van de moskeeën versterkt. Daarbij moesten de restaurants tijdens de Ramadan open blijven. Verder laat de notitie weten: “Alle afdoende middelen moeten worden ingezet om mannen hun baarden te laten scheren en vrouwen hun gezichtsbedekkende sluiers te laten afleggen,” De op een muur geschilderde slogan waarschuwt Moslims dat het illegaal is om de jaarlijkse pelgrimage naar Mecca te ondernemen. Dergelijke restricties waren al lang bekend maar er werd niet zozeer op de naleving ervan toegezien liet een expert in de Oeigoerse Zaak aan de Pacific Basin Institute in Pomona College in Californie weten. “Maar dit jaar heeft de regering strikt op de naleving ervan toegezien. In andere moslimgebieden in China zie je soortgelijke restricties niet. Op heel veel manieren is Oost Turkestan China’s Siberië. Dit ruige land met besneeuwde bergtoppen en verzengende woestijnen wordt onderbroken door olievelden en oasesteden die door weelderige katoen-, meloen-, en druivenvelden worden omgeven. In het gebied voert China zijn nucleaire testen uit en is het thuis van een extensieve Laogai, een Goelagachtig gevangenissysteem.

Oost Turkestan grenst aan Rusland, Pakistan, Afghanistan en andere Centraal Aziatische naties – een onstabiel buurtschap waar Peking erg nerveus van wordt. In een recent 14 pagina tellende toespraak beschuldigde de regionale communistische partijleider Nuer Baikeli “vijandige Westerse krachten” van pogingen om Oeigoerse ontevredenheid aan te wakkeren, van het politiseren van religie en van pogingen om Oost-Turkestan van het moederland af te splitsen. (soortgelijke politiek en rethoriek als in de andere twee bezette gebieden: Tibet en Binnen-Mongolie) Tevens waarschuwde hij dat manische Islamitische extremisten in buurlanden Oeigoeren opleiden om terroristische aanslagen in China te plegen. Het leger en de veiligheidsdiensten beperken regelmatig de toegang tot Oost-Turkestan. Toen we de Yingmaili's lijst over de Ramadan beperkingen aan de gezagsdragende functionaris, verantwoordelijk voor religieuze zaken, Ablmit Ahmet, overlegden, bekeek hij het document een minuut in stilte. Een onderfunctionaris zei: “Het valt allemaal best wel mee. Sommige lokale regeringen zijn een beetje te overijverig.” Ahmet knikte en gaf de lijst terug aan de journalist.
Imams zijn verplicht om aan de door de staat goedgekeurde scholen te studeren en moeten verantwoording afleggen aan de regering die alle imams ontslagen heeft die verdacht worden van onbetrouwbaarheid of die te vrijuit spreken. “Imams worden door de regering betaald en ze helpen met het doorsluizen van informatie over ons. Wij vertrouwen ze niet,” zegt Mamat, een afgestudeerde universiteitsstudent die in Kasghar werk zoekt. Zoals anderen in dit verhaal vroeg ook hij om zijn naam niet volledig te melden uit angst voor gevangenisstraf vanwege het spreken met een journalist. Angst heerst in Oost-Turkestan. Wederzijdse minachting is gemeengoed tussen Oeigoeren en de Han meerderheid. “Dit is een prachtige Zijderoutestad uit de oudheid omgeven door bergen en woestijnen,” zegt Li een Han Chinese taxichauffeur. “Het enige probleem is dat er veel te veel Oeigoeren zijn.” Hij vond Oeigoeren onderontwikkeld en brutaal. Vele Oeigoeren daarentegen trekken zich niets van Chinese feestdagen aan en spreken alleen maar hun eigen taal in plaats van het officiële mandarijns. Mattursun, een Oeigoerse zakenman zegt dat hij de Han Chinezen veracht: “Ze geloven allang niet meer in het Marxisme of het communisme, het enige waar ze nog in geloven is geld. Geld is hun God.” De regering hamert erop dat de meeste Oeigoeren blij zijn omdat Oost-Turkestan welvarender wordt. Snelwegen, vliegvelden, scholen, ziekenhuizen en zelfs moskeeën zijn er gebouwd. De regering boort olie en gas en oogst de mineraalvoorraden. Slogans op reclameborden en muren in heel Oost-Turkestan zeggen dat sociale harmonie en eenheid aan voorspoed gelijk staan. Maar veel Oeigoeren happen niet. Zij denken dat hun land door de Han Chinezen, die het land in steeds grotere getalen binnenstromen, steeds dieper gekoloniseerd wordt. “Natuurlijk bouwen ze wegen en bruggen. Maar alleen om nog meer Han te laten binnenstromen om zodoende ons land volledig over te nemen,” zegt Haji een 34 jarige zakenman in Kashgar. Hij gelooft niet dat China onafhankelijkheid ooit toe zal staan maar hoopt dat Peking uiteindelijk acht zal gaan slaan op de woorden van Mao: “Hoe meer druk er wordt uitgeoefend des te groter worden de problemen,” zegt Haji: “Ik geloof dat de regering zich dit uiteindelijk zal gaan realiseren zodat ze zich eindelijk wat kunnen gaan ontspannen.” (AP)
Laatste reacties